De meeste succesvolle Nederlandse ondernemers laten zich op een gegeven moment uitkopen. Ze bouwen iets, verkopen het aan een grotere partij, en verschijnen een paar jaar later in een lijstje met een geschat persoonlijk vermogen erbij. Dat is het patroon. Bouwen, verkopen, incasseren.
En dan is er Derk Arts.
Terwijl andere oprichters na hun eerste grote investeringsronde alvast nadenken over een exit, bootstrapte Arts zijn bedrijf Castor vijf jaar lang naast zijn PhD, met drie baantjes erbij en zonder zichzelf salaris uit te keren. Geen schatting van zijn personal net worth circuleert er, en dat is geen toeval. Dit is een verhaal over kapitaal dat een ander doel dient dan een persoonlijke rekening.
De Vroege Jaren: Van Coschappen naar Code
Arts groeide op in een medisch nest. Zijn vader was neuroloog, zijn moeder verpleegkundige, zijn opa hoogleraar gynaecologie. Geneeskunde lag dus voor de hand, en hij ging die kant op. Maar in de collegezalen was hij zelden te vinden.
Tijdens zijn coschappen op een intensive care in Amsterdam zag hij iets dat hem niet meer losliet. Onderzoeksgegevens van patiënten werden opgeslagen in losse Excel-bestanden, verspreid over verschillende systemen, zonder enige standaardisatie. Privacygevoelig, foutgevoelig, en bovenal: een verspilling van data die levens had kunnen redden.
Wat doe je dan als je toevallig ook nog programmeert sinds de middelbare school? Je bouwt een oplossing. Zo ontstond de eerste versie van Castor, een platform voor het verzamelen en standaardiseren van klinische onderzoeksdata.
Vijf Jaar Zonder Salaris
Hier wordt het interessant, en eerlijk gezegd ook een beetje confronterend voor iedereen die denkt dat een PhD en een startup tegelijk onmogelijk is.
Arts combineerde zijn promotieonderzoek in medische informatica met de opbouw van Castor, en deed dat vijf jaar lang zonder zichzelf te betalen. Hij werkte er, zoals hij het zelf noemt, drie banen naast. De omzet die het bedrijf in die periode maakte, ging niet naar zijn eigen rekening. Die ging naar de eerste serieuze aanwerving: een ontwikkelaar die in de middagen naast hem coderend aan het platform bouwde.
Is dat een verstandige keuze? Vanuit een puur financieel perspectief lijkt vijf jaar onbetaald werken weinig aanlokkelijk. Maar het verklaart wel iets fundamenteels over hoe Castor is opgebouwd: niet als een snelle cash-out, maar als een instrument met een missie.
In 2016 zette Arts de stap naar voltijds CEO. Een jaar later, in 2017, haalde Castor een subsidie van 1,1 miljoen euro op uit het Horizon 2020-programma van de Europese Commissie, gericht op de ontwikkeling van een zelflerend AI-systeem voor onderzoekers. In 2018 volgde een seed-ronde van 6,25 miljoen dollar.
De Pandemie Als Onverwachte Versneller
2020 werd voor de meeste bedrijven een jaar van krimp en onzekerheid. Voor Castor lag dat anders.
Terwijl ziekenhuizen wereldwijd op zoek waren naar manieren om coronaonderzoek snel en betrouwbaar uit te voeren, haalde Castor 12 miljoen dollar op in een ronde geleid door Two Sigma Ventures, met deelname van Hambrecht Ducera Growth Ventures en bestaande investeerder INKEF Capital. Het platform ondersteunde op dat moment al meer dan tweehonderd Covid-19-projecten in 33 landen, en stelde de technologie daarvoor gratis beschikbaar.
Het geld werd niet ingezet om uit te keren aan aandeelhouders of om de oprichter rijker te maken. Het ging naar verdere groei in de Verenigde Staten, waar Arts een jaar later met zijn gezin naartoe verhuisde om de Amerikaanse operatie persoonlijk op te bouwen. Van zeventig medewerkers naar een team richting de honderd, met hetzelfde doel als vanaf dag één: het proces van medisch onderzoek versnellen.
Opgeteld haalde Arts in de jaren daarna zo’n 65 miljoen euro aan funding op om die internationale ambities waar te kunnen maken. Dat is geen persoonlijk vermogen. Dat is kapitaal dat linea recta terugvloeit naar onderzoekers, patiënten en de infrastructuur die hun data veilig en bruikbaar houdt.
Wat Castor Vandaag Daadwerkelijk Waard Is
Hier ligt het echte antwoord op de vraag waar mensen eigenlijk naar zoeken als ze “Derk Arts vermogen” intikken. Niet een getal op een bankrekening, maar de schaal van wat hij heeft gebouwd.
Castor ondersteunt inmiddels meer dan 8.500 onderzoeken en meer dan 3 miljoen ingeschreven patiënten in 90 landen. Het platform werkt samen met de World Health Organization in de strijd tegen Covid-19, en helpt onderzoekers wereldwijd om data te verzamelen, te standaardiseren en te herbruiken op een manier die voorheen simpelweg niet bestond.
Arts zelf noemt een cijfer dat blijft hangen: 85 procent van alle medisch onderzoek wordt nooit gelezen, en alle ruwe data die daarbij is verzameld verdwijnt in een digitale lade. Dat is, in zijn eigen woorden, doodzonde. Castor is in die zin niet zomaar een techbedrijf, het is een poging om een structureel probleem in de medische wetenschap op te lossen voordat het probleem zichzelf in stand houdt.
Past dit bij de manier waarop we in Nederland over ondernemerschap denken? Voor een deel wel. De nuchtere, missiegedreven aanpak, het gebrek aan opschepperij over geld, het idee dat een bedrijf vooral een instrument is om iets groters te bereiken: dat zijn waarden die in de Nederlandse zakencultuur diep zitten. Maar het past ook bij iets breders in de health-tech wereld, waar impact en winst niet per definitie hetzelfde doel dienen.
Het Vermogen Dat Niet Op Een Rekening Staat
Terug naar het begin. De meeste ondernemers bouwen, verkopen, en laten zich daarna meten in een geschat persoonlijk vermogen. Dat is het patroon, en het is een patroon dat de meeste vermogenslijstjes vullen.
Derk Arts past niet in dat rijtje, en waarschijnlijk is dat precies de bedoeling. Zijn rijkdom laat zich niet uitdrukken in een bedrag met een euroteken ervoor, maar in 3 miljoen patiënten, 8.500 onderzoeken en 90 landen waar medische data eindelijk gebruikt wordt zoals het bedoeld is. Is dat een ander soort vermogen? Dat is, zoals met zoveel dingen, aan jou om te bepalen.

